SI

Wat is Sensorische Integratie?
Het verband tussen wat mensen waarnemen en hoe ze daar met bewegingen op reageren, wordt sensorische integratie genoemd. Aan die bewegingen liggen zintuigprikkels ten grondslag. Dit proces wordt daarom ook wel sensorische integratie genoemd.
Problemen met de sensorische integratie ontstaan door stoornissen in de verwerking van die zintuigprikkels. Dit doet zich vooral voor met de informatie die de verschillende vormen van het voelen oplevert. We voelen dan ons lichaam en onze bewegingen onvoldoende. Daardoor gaan veel activiteiten fout, gebeuren langzaam of gebeuren niet logisch. We zien dat bijvoorbeeld bij kinderen die minder goed opletten bij de dingen die ze doen. Soms worden zulke kinderen extra druk of juist stil, angstig, teruggetrokken of dromerig.

Wat doet sensorische integratie?
Sensorische integratie speelt een belangrijke rol bij het waarschuwen voor gevaar, het richten van de aandacht en het opnemen van informatie.
Er zijn verschillende manieren waarop we op zintuiginformatie kunnen reageren.

Een zintuigprikkel geeft een signaal, waardoor we onze aandacht op die zintuigprikkel richten. Hierdoor merken we de prikkel op en kunnen erop reageren. Op deze manier richten we onze aandacht ergens op, doen we informatie op en leren we dingen.
Sommige zintuigprikkels geven een sterker signaal dan andere, omdat die zintuigprikkels een groter gevaar inhouden. Een brandlucht waarschuwt ons op een andere manier dan de geur van vers gezette koffie. Als een zintuigprikkel ons waarschuwt voor gevaar dan komen we in actie om ons in veiligheid te brengen. Onze aandacht is helemaal op het gevaar gericht en het opnemen van informatie is dan niet aan de orde.
Een zintuigprikkel kan ook een heel zwak signaal geven, we richten onze aandacht niet op de prikkel en merken die dan helemaal niet op en laten die langs ons heen gaan. We nemen dan ook geen informatie op van die zintuigprikkel.
Bij iedere zintuigprikkel kiezen we op welke manier we reageren. Gelukkig gebeurt dit meestal onbewust en hoeven we er niet over na te denken.
Het evenwichtsgevoel en het tastgevoel spelen een belangrijke rol bij het richten van de aandacht en het waarschuwen voor gevaar. Zij zorgen vooral op dat we niet vallen en of de ondergrond waarop we staan, zitten of liggen, wel stevig genoeg is. Als we niet kunnen vallen is het pas veilig om te bewegen. Door het bewegen krijgen we informatie van onze spieren en gewrichten over onze houding en bewegingen. Vooral hierdoor is bewegen leuk en ontstaat de ‘lol’ van bewegen, let je op wat je aan het doen bent en kun je dingen leren.

Problemen met sensorische integratie?

Bij problemen met de sensorische integratie is het signaal van het tast- en evenwichtsgevoel te sterk of te zwak. Hierdoor reageren we alsof we in gevaar verkeren, terwijl dat niet zo is, of we geven deze zintuigprikkels te weinig aandacht, terwijl dat wel zou moeten. We richten onze aandacht op een verkeerde manier en merken onze eigen bewegingen onvoldoende op. Hierdoor gebruiken we de informatie uit onze spieren en gewrichten te weinig en ontstaan problemen met de concentratie en het leren van dingen.

** Het tastgevoel waarschuwt te snel voor gevaar, ook wel tactiele overgevoeligheid genoemd.
Deze kinderen zijn gevoelig voor aanraken: hun zintuigprikkels reageren hierop heel snel. Aangeraakt worden, op schoot zitten en knuffelen vinden deze kinderen niet prettig. Daarnaast zijn ze vaak heel kieskeurig wat betreft het eten, hun kleren, die ze al gauw ervaren als ‘kriebelig’. Ze staan ook kritisch tegenover het speelgoed waarmee ze spelen. Spelen met water, zand, klei en verf is meestal niet favoriet. Ze vinden het al gauw vies.
* * Het tastgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt. Dit wordt ook wel tactiele ondergevoeligheid genoemd.
Hierbij merkt het kind nauwelijks dat het wordt aangeraakt, of dat het zelf iets aanraakt. De zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Hierdoor ‘bestuurt’ zo’n kind zijn eigen lichaam minder goed, waardoor het onhandig is en zich bijvoorbeeld gauw stoot. Zulke kinderen spelen juist wel graag met ‘vieze’ materialen zoals zand, klei en verf.
** Het evenwichtsgevoel waarschuwt te snel voor gevaar.
Dit wordt ook wel vestibulaire overgevoeligheid genoemd. Een dergelijk kind is heel gevoelig voor bewogen worden. Zijn zintuigprikkels reageren bij de geringste beweging of verandering van houding. Bewogen worden, stoeien en andere wilde spelletjes vindt hij niet prettig. Hierdoor komen deze kinderen wat angstig over en zijn zij meestal minder bewegelijk dan anderen.
* * Het evenwichtsgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt.
Dit wordt ook wel vestibulaire ondergevoeligheid genoemd. Zo’n kind merkt te weinig wanneer het wordt bewogen. Zijn zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Bewogen worden, schommelen, stoeien en andere wilde spelletjes zijn favoriet. Zulke kinderen zijn vaak echte waaghalzen en ze zijn voortdurend in beweging.

Problemen in de sensorische integratie worden gezien als een niet op een juiste manier gebruiken van vooral aanraking- en bewegingsprikkels, waardoor we onze bewegingen te weinig voelen, niet opletten wat we aan het doen zijn en moeilijk dingen leren.
Een behandeling kan bij veel kinderen en kan zelfs bij volwassenen met problemen met de sensorische integratie, tot succes leiden. Hiervoor is het noodzakelijk om het kind zodanig aan te raken en te bewegen dat hij die aanrakingen en bewegingen gaat gebruiken en het leuk gaat vinden. Het gebruik van deze prikkels zal dan tot veranderingen leiden.
Om die veranderingen te bewerkstellingen kan u een afspraak maken met onze praktijk. Geef bij aanmelding duidelijk aan dat het gaat om een aanmelding in verband met vermoeden problemen sensorische integratie.

Wat kan u er zelf aan doen?

Zelf doen:

Ga achter uw kind staan, doe dit ook letterlijk!
Laat u door uw kind niet afleiden, blijf bij het spel dat je doet met je kind en probeer dit in tijd steeds langer te doen.
Geef uw kind de ruimte en tijd om te reageren. Kinderen met sensorische problemen hebben extra veel ruimte nodig om te komen tot spel en interactie.
Maak er een spel van. Om een kind plezier te laten beleven in de activiteit is het handig om er een spel van te maken. Hierdoor heeft een kind langer plezier!
Denk positief over uw kind. Wanneer je met je kind aan het spelen bent zorg ervoor dat u niet te hoge verwachtingen ervan heeft.
Doe dagelijks een spel of activiteit. Door iedere dag even te zitten met uw kind met een spelletje wordt dit een gewoonte en ziet u veel sneller vooruitgang.
Voor meer informatie kunt u kijken op http://www.sensomotorische-integratie.nl/