Indicaties

PDD-NOS is de afkorting van: Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified. In het Nederlands betekent dat: Pervasieve Ontwikkelingsstoornis, niet anders omschreven. In de DSM-5 komt deze classificatie niet meer voor, maar de afgelopen jaren is deze diagnose regelmatig gesteld. Deze diagnose krijg je als je niet alle kenmerken van autisme hebt, maar wel een aantal.

Met PDD-NOS wordt een restcategorie aangeduid die kenmerken heeft van het autisme, maar niet genoeg om zo te worden genoemd. Pervasief betekent (in het Latijn) doordringen. Het wil zeggen dat we bij pervasieve stoornissen te maken hebben met problemen die doordringen in verschillende ontwikkelingsgebieden van een kind. Dat kan bij kinderen met PDD-NOS de taalontwikkeling zijn, de motorische ontwikkeling, het reageren op interne en externe prikkels, maar vooral het vermogen zich op anderen te richten en het eigen gedrag in sociale situaties goed te besturen.

Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen het sociale begrip en de sociale intuïtie zich zeer moeizaam. Dat maakt hen vaak onzeker en angstig. Ter voorkoming van deze angst houden zij zich graag vast aan bekende regels en patronen. In hun interesses kunnen ze zelfs rigide en dwangmatig zijn. De problemen uiten zich bij een kind met PDD-NOS verschillend per leeftijd. De problemen worden groter naarmate het kind meer in de buitenwereld gaat functioneren.

Voor meer informatie bekijk de site van balans digitaal. www.balansdigitaal.nl


De afkorting ADHD staat voor Attention Deficit / Hyperactivity Disorder. In het Nederlands: Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Kinderen met ADHD hebben vaker en sterker dan de meeste andere kinderen problemen met:

  • Aandacht en concentratie:
zij vinden het moeilijk om hun aandacht blijvend op een taak te richten en zich niet door allerlei prikkels uit de omgeving te laten afleiden;
  • Hyperactiviteit:
ze zijn, vooral op jongere leeftijd, voortdurend in beweging. Ze zijn vaak snel opgewonden en gefrustreerd. Vaak voelen zij een grote onrust van binnen. Stil zitten en rustig zijn, kost ongewoon veel energie.
  • Impulsiviteit:
zij doen voordat ze denken. Ze houden zich niet (ook niet onbewust) bezig met de gevolgen van hun gedrag, de ‘remfunctie’ ontbreekt.
  • Regelfuncties:
ze vinden het moeilijk te plannen, en om hun emoties, motivatie en alertheid te reguleren en eerdere ervaringen te laten meespelen bij beslissingen en verwachtingen over de toekomst. Ze reageren daardoor ook anders op beloning en straf.

Niet alle kinderen met ADHD hebben in gelijke mate last van al deze problemen. De hyperactiviteit, het meest bekende kenmerk (“Alle Dagen Heel Druk”) kan ontbreken of met het groter worden (meestal rond het tiende, elfde jaar) afnemen. Kinderen bij wie de hyperactiviteit en impulsiviteit niet wordt gezien wordt vaak gesproken van ADD, hoewel de officiele diagnose ADHD type 1 luidt.


ADHD komt in alle landen en culturen voor en is, onder verschillende benamingen, van alle tijden. De Gezondheidsraad heeft vastgesteld dat ADHD in Nederland voorkomt bij 2-5% van de schoolgaande kinderen tot 14 jaar, waarbij 2% zeer ernstige symptomen heeft.


ADHD lijkt bij jongens vaker voor te komen dan bij meisjes. Dit wordt (gedeeltelijk) veroorzaakt doordat de problemen zich bij meisjes vaak anders uiten en niet gezien worden als ADHD, maar als angst of depressie. ADHD type 1 of ADD lijkt bij meisjes vaker voor te komen.

ADD staat voor Attention Deficit Disorder, kinderen met aandachts- en concentratieproblemen
Kinderen met ADD hebben veel moeite om hun aandacht ergens op te richten. Ze kunnen hoofd- en bijzaken niet goed onderscheiden en hebben veel moeite met plannen en organiseren. De grootste problemen doen zich voor met taakgericht werken op school en in de omgang met leeftijdsgenoten. Deze kinderen komen vaak stil en teruggetrokken over, passief en vergeetachtig.

Kinderen met ADHD zijn vaak hyperactief en impulsief. Bij ADD lijkt de hyperactiviteit en impulsiviteit te ontbreken, maar toch is ADD een vorm van ADHD. Kinderen met ADD kunnen zich in hun hoofd wel druk voelen en vinden het vaak moeilijk om te denken voordat ze doen.

Met autisme bedoelen we de diagnoses: Autisme Spectrum Stoornis (ASS), klassiek autisme, Asperger, PDD-NOS en McDD.
Autisme is een stoornis in de informatieverwerking van de hersenen. Informatie die via de zintuigen binnenkomt (zicht, geur, geluid, etc.) wordt bij mensen met autisme anders verwerkt. Zij hebben moeite om de details die zij waarnemen te verwerken tot een samenhangend geheel. Hierdoor hebben mensen met autisme problemen met communicatie, sociale interactie en verbeelding. Autisme is een levenslange, vaak onzichtbare, handicap die invloed heeft op alle levensgebieden in alle levensfasen. De handicap brengt specifieke sterke en zwakke kanten met zich mee. De meeste mensen met autisme hebben in meer of mindere mate hun leven lang deskundige begeleiding nodig. Met meer begrip van de omgeving en de juiste begeleiding kunnen veel mensen met autisme naar school of werken, relaties met anderen onderhouden en daardoor een zin- en betekenisvolle rol in de samenleving hebben. Ruim één procent van de Nederlanders – ca. 190.000 mensen – heeft een vorm van autisme. De kans is dus groot dat iemand in uw directe omgeving autisme heeft: in uw familie, in uw vrienden- en kennissenkring, op school of op het werk.

Voor meer informatie bekijk de site www.autisme.nl.

Soepel bewegen, praten, uit je woorden komen, jezelf aan- en uitkleden, tandenpoetsen, billen afvegen, met mes en vork eten, veters strikken, een bal gooien en vangen, met een pen schrijven etc. Het lijkt allemaal zo gewoon dat kinderen deze vaardigheden leren. Voor sommige kinderen is dat echter niet zo gewoon. Dat kunnen kinderen zijn met DCD.

DCD staat voor Developmental Coordination Disorder, in het Nederlands vertaald als stoornis in de ontwikkeling van de coördinatie van bewegingen.

DCD is een verzamelnaam voor een aantal kenmerken van (licht) gestoorde motorische functies, zoals een lage spierspanning, een grote bewegingsonrust, coördinatieproblemen of problemen met fijnmotorische vaardigheden. Deze problemen kunnen apart voorkomen, maar veel vaker treden ze in combinatie op.
DCD lijkt voor te komen bij 5 tot 10 % van de schoolgaande kinderen. Vaak zijn het jongens. In diverse onderzoeken worden verhoudingen genoemd van 4 meisjes tegenover 10 jongens.

Voor meer informatie bekijk de site van balans digitaal.
www.balansdigitaal.nl

NLD is een afkorting van de Engelse term Non-verbal Learning Disabilities. Letterlijk vertaald betekent dat ‘non-verbale leerstoornissen’, ofwel: leerstoornissen die betrekking hebben op non-verbale informatie. Op zich kan deze term verwarring geven, omdat kinderen met dit beeld verbaal zeer vaardig kunnen overkomen, maar toch problemen kunnen hebben met bepaalde aspecten van taal (met name de betekenis en het begrip van talige boodschappen).

NLD is een begrip uit de neuropsychologie waarbij het gaat om een specifiek profiel van vaardigheden en tekorten bij de informatieverwerking van zintuiglijke prikkels. De auditieve informatie (het horen) wordt beter verwerkt dan de informatie die via zien en voelen binnenkomen.

De problemen uiten zich in de motoriek, het ruimtelijk inzicht, het inzicht in oorzaak-gevolg-relaties, de schoolse vaardigheden bij rekenen en schrijven, het werktempo en het ‘sociale snapvermogen’.

Voor meer informatie bekijk de site van balans digitaal.
www.balansdigitaal.nl

Cerebrale parese is een bewegingsstoornis van de hersenen. Letterlijk vertaald betekent het hersenverlamming. Het geeft aan dat een deel van de hersenen door een beschadiging niet of anders functioneert dan normaal.

De cerebrale bewegingsstoornis uit zich op heel verschillende manieren, waarbij er ook combinaties van uitingsvormen mogelijk zijn. Spasticiteit is een van die vormen en dat zie je meestal door een sterkere spierspanning (tonus). Deze spierspanningen komen vooral voor wanneer iemand van plan is iets te gaan ondernemen, met iets bezig is, bij opwinding of andere emoties.

Het gebruik van het woord verlamming in verband met spasticiteit kan verwarrend zijn. Immers, mensen met cerebrale parese voelen soms sterk en verstijfd aan. Bedoeld wordt echter dat de hersenen niet in staat zijn de juiste spanning aan de spieren door te geven en ze onderling op de goede manier te laten samenwerken. Meestal heeft de stoornis betrekking op het gedeelte van de hersenen dat te maken heeft met bewegen en spreken.

voor meer informatie bekijk de site van BOSK
www.bosk.nl